Beerenburg vs. Whisky

Voor whiskey is een bijna mythische geschiedenis verzonnen. Net als aqua vitae ('levenswater') en vodka ('water') betekent het woord 'whisky' in het Gaelic uisce beatha ('levenswater').

Je zou dus verwachten dat whisky al sinds mensenheugenis in de Schotse hooglanden en Ierse veengebieden werd gestookt. Niets is echter minder waar: de kunst van het distilleren bereikte Schotland en Ierland pas in de 15de eeuw. Zelfs in de eeuwen daarna was de drank vrijwel ondrinkbaar doordat het niet de rust werd gegeven om te laten 'rijpen'. De onverdunde drank smaakte dus sterk en scherp in vergelijking met de tegenwoordige whisky's. De moderne whisky ontstond pas in de Victoriaanse tijd, zo rond 1850.
De smaak van whisky wordt gevormd door het aantal jaren dat deze op eikenhouden vaten rijpt. Gedurende die tijd 'zuigt' de alcohol bittere loogzuren uit het eikenhout. Omdat het bovendien vaak gebruikte vaten zijn, neemt de whisky ook de geur, smaak en kleur over van de dranken die daar eerder in hebben gezeten. Veel whisky's rijpen op vaten waarin Amerikaanse bourbon was gerijpt, maar er zijn zelfs whisky's die op vaten zijn gerijpt waarin eerder Franse Bourgogne of Spaanse rode Port zijn gerijpt.

Geen wonder dus dat whisky nog steeds een scherpe smaak heeft. Het is dus vreemd dat de illusie in stand wordt gehouden dat rijke Engelsen die drank – plus een goede sigaar – nog steeds zo weten te waarderen.
[Foto: Weduwe Joustra]
Nee, dan de Nederlandse Beerenburg. Deze nationale Friese drank wordt sinds 1645 geproduceerd met alcohol uit vaderlandse suiker. Een zorgvuldig geselecteerd  kruidenmengsel trekt vervolgens maandenlang in deze alcohol. De smaak is daardoor veel romiger en smaakvoller dan die rauwe smaak van whisky. Het is bijna het verschil tussen volwassen en onvolwassen smaakervaringen.

Nee, de geschiedenis van Beerenburg is niet omgeven door mythes. Dat heeft Beerenburg niet nodig. Beerenburg is eerlijk.

No comments:

Post a Comment